Box Verpleging

Published Dec 19, 22
6 min read

Lonen Verpleging

Er lijkt bij een aantal instellingen een scheve verhouding te bestaan tussen de kosten voor het management en voor de directe zorgverlening. Op het gebied van doelmatigheid moeten bij een aantal instellingen de verhouding overhead directe zorgverlening worden rechtgetrokken. Meer doelmatigheid in de thuiszorg moet vooral daarop gericht zijn. Bij de «handen aan het bed» lijkt de doelmatigheid hier en daar wat te ver doorgeschoten: dat gaat ten koste van zowel cliënt als van zorgverlener.

Meer ruimte voor banen in de lagere echelons betekent een verlichting van het werk van de thuisverzorgers: het werk wordt aldus weer aantrekkelijk gemaakt, wat eveneens invloed zal hebben op de verhoudingsgewijs hoge ziektecijfers. Bovendien betekent het een bijdrage aan de sociale cohesie. In de nabije toekomst zullen aanzienlijk meer mensen thuis wonen die extra zorg nodig hebben wegens herstel na ziekenhuisverblijf, of wegens een chronische kwaal, een verstandelijke of lichamelijke handicap, een psychiatrische stoornis of gebrekkigheid door ouderdom. dag der verpleging.

Dat hangt samen met een vorm van medicalisering die nog eens nauwkeurig moet worden geanalyseerd: de medicalisering van verouderingsziekten, en min of meer in het verlengde daarvan, van de dood - dag der verpleging. Bij verouderingsziekten, zoals reuma, suikerziekte, vele vormen van kanker, is geen sprake van behandeling in de zin van genezing. Bij kanker gaat het vaak om nog wat extra tijd van leven, tijd die in slechte gezondheid wordt doorgebracht.

Thuiszorg speelt daarbij een belangrijke rol. Wat betreft de laatste levensfase: mensen willen het liefst in hun eigen bed sterven, maar kiezen er toch voor – al dan niet op advies van arts of familie – om als het mis dreigt te lopen naar het ziekenhuis te gaan. In 1970 vond 19 procent van de sterfgevallen in het ziekenhuis plaats, en ruim de helft thuis.

Overlijden in een verpleeg- of verzorgingshuis is eveneens aanzienlijk toegenomen. dag der verpleging. Wat betreft het ziekenhuis: mogelijk laat men zich opnemen uit angst voor het komende onbekende, waartegen de medische techniek en de verzorging van het ziekenhuis een schijnzekerheid bieden, mogelijk ook vanuit het idee dat men er alles aan gedaan heeft om toch nog in leven te blijven.

In de meeste gevallen een overbodige medicalisering: de zorgverleners in het ziekenhuis voelen zich, vaak onder druk van de verwachtingen van patiënt en familie, verplicht om medisch-technische ingrepen te verrichten waarvan eigenlijk al vaststaat dat ze tevergeefs zullen zijn (dag der verpleging) - Thuisverpleging Erembodegem. Stervensbegeleiding thuis, meer aandacht voor palliatieve zorg thuis, in het ziekenhuis, verpleeghuis of verzorgingshuis en voorts de opkomst van hospices, waarbij het niet gaat om een zo lang mogelijk uitstel, maar eerder om een aanvaarden van dat wat komen gaat, begint nu geleidelijk aan een tegenwicht te bieden.

Gezinszorg





Dan is er de zorg thuis na bijvoorbeeld een operatie. De meeste mensen hebben een voorkeur voor herstel thuis, liever dan in het ziekenhuis (dag der verpleging). Bovendien blijkt dit bevorderlijk voor een snel herstel. Het gaat hier om ziekenhuisverplaatste zorg. Bij deze herstelperiode thuis is ook de huisarts betrokken, en van hem wordt daarom specifieke kennis omtrent dit soort nazorg verwacht.

De ligduur wordt korter, wat vervangende thuiszorg onmisbaar maakt. Ziekenhuizen blijken geïnteresseerd in het bieden van zorg buiten de muren. Het beleid van extramuralisering vraagt om een goede zorg thuis. Dit alles heeft gevolgen voor de medische hulp zo dicht mogelijk bij huis: de huisarts. Thuisverpleging Gent. Huisartsen zelf zijn op zoek naar een nieuw kader.



De ontwikkeling op dit moment is van solopraktijk naar duopraktijk of samenwerken in een gezondheidscentrum (dag der verpleging). Onder de huisartsen zelf bevindt zich een groeiend aantal parttimers, wat voor hen het werken in zo’n centrum aantrekkelijker maakt. Goed geëquipeerde zorgcentra – bijvoorbeeld voorzien van een laboratoriumfunctie, van huisartsen die beschikken over gedifferentieerde kennis en ervaring, van praktijkverpleegkundigen, paramedici en maatschappelijk werkers – zullen van steeds groter belang worden.

Van belang is een goede samenhang tussen de zorg geleverd door ziekenhuis, medisch specialist en huisarts. Dit wordt in hoofdstuk 4 verder uitgewerkt. Voor transmuralisering komt vooral ook het care-deel in aanmerking dat nu nog binnen de muren wordt geleverd, en dat efficiënter kan worden geboden in de vorm van transmurale zorg. dag der verpleging.



Instellingen brengen de zorg geleidelijk aan buiten de muren. In de ouderenzorg en in de geestelijke gezondheidszorg is dat proces al langer aan de gang. Het is een proces van lange adem. Afbouw van bedden betekent dat er eerst extramuraal en transmuraal een nieuw zorgaanbod moet zijn om de zorgvraag op te vangen (dag der verpleging).

Ruimte moet er komen voor het opzetten van zorgcentra, waar huisartsen gelegenheid hebben meer gerichte kennis te verwerven, meer praktische armslag te krijgen. De verschuiving van tweede- naar de eerstelijn moet op een verstandige manier plaatsvinden, geleidelijk aan. Er dienen ook targets te worden gesteld. Op dit moment werkt 49 procent van de huisartsen in een solopraktijk.

Boek Over Verpleging

De huidige huisartsengroepen (Hagro’s) kunnen uitgangspunt vormen voor een verdere ontwikkeling. Het gaat om het versterken van de huisartsfunctie in brede zin. De Raad voor de Volksgezondheid & Zorg (RVZ) wordt advies gevraagd over een redesign van de eerste lijn, waarbij de vraag naar methoden voor implementatie en het noemen van targets uitdrukkelijk aan de orde komt.

Een goed moment voor herbezinning op de organisatie van de gezondheidszorg in een regio is als er beslissingen moeten worden genomen over grote investeringen. Op zo’n tijdstip kan worden overwogen hoe de zorg in een regio er over circa een jaar of tien moet uitzien. Dan kan op verantwoorde wijze een parallelle opbouw van de eerstelijn danwel van transmurale zorg plaatsvinden.

Uiteindelijk gaat het er om dat in de komende decennia de zorg inderdaad dichter naar de mensen wordt gebracht. 3. Voor de korte termijn liggen er enkele zaken die om een oplossing vragen, of die verder uitgewerkt moeten worden. Het gaat om de verdere implicatie van de beleidsmaatregelen genomen per 1-1-1997.

Onze prioriteit ligt thans bij het goed implementeren van een aantal recent genomen maatregelen. Het integratieproces in de thuiszorg, tussen de voormalige instellingen voor kruiswerk en gezinsverzorging, is wenselijk op zorginhoudelijke gronden - dag der verpleging. Integratie betekent onder meer eenzelfde wijze van financieren en van indiceren. Het gelijktrekken van het eigen bijdragestelsel tussen het voormalige kruiswerk en gezinsverzorging bleek te leiden tot meer technische problemen dan van te voren was voorzien.

Een uniforme wijze van indiceren was zoals gezegd noodzakelijk wegens de integratie, maar ook wenselijk om tot een betere verdeling van zorg te komen. In de wetswijziging die per 1 januari 1997 in werking is getreden, is gesteld dat er indicatiecommissies komen onder regie van de gemeenten. Over de nieuwe wijze van indiceren is per 12-5-1997 een voortgangsrapportage naar de Kamer gezonden (kenmerk PBOPIv, P971050) (dag der verpleging).

Ten eerste: er ontstaat herhaaldelijk discussie tussen thuiszorginstelling en zorgverzekeraar over de vraag wie de thuiszorg na ontslag uit het ziekenhuis moet betalen (de zogeheten afwentelingsproblematiek) (dag der verpleging). In sommige gevallen zou dit belemmerend werken op het snel verlenen van hulp. Ten tweede: het kost de thuiszorginstellingen veel tijd en menskracht om met de verschillende zorgverzekeraars te onderhandelen over de zorgtoewijzing.